Een toonladder door de stertetraëder
Artikel van Titus Schütz
Bij het lezen van de door Drúnvalo Mechizedek geschreven boeken, over "De Geometrie van de Schepping", werd ik geïnspireerd door enkele tekeningetjes uit deze boeken. Hierdoor werd mij duidelijk (door intensieve studie) wat de natuurlijke beweging van het leven in onze kosmos is. (Wat ik hier laat zien is een kernpunt van mijn studie.)Deze levensbeweging kom je overal tegen. Hier in het bijzonder wil ik dit laten zien aan de hand van twee veel gebruikte toonladders. Voor alle duidelijkheid zal ik beginnen bij het begin.
In de derde dimensie kunnen 4 gelijkzijdige driehoeken een tetraëder vormen (één driehoekig grondvlak en drie driehoekige zijvlakken). Twee tetraëders samen kunnen een zogenaamde stertetraëder vormen. We weten van de Merkaba-meditatie, dat een stertetraëder is opgebouwd uit twee tetraëders, die gedeeltelijk in elkaar vervloeien; de aarde- tetraëder en de zonne-tetraëder.
In Drúnvalo 's boek (De Geometrie van de Schepping, deel 2), laat hij zien dat elke hoekpunt van een stertetraëder,
(die we tijdens de Merkaba-meditatie visualiseren), elk een eigen toon(hoogte) toebedeeld kan worden. Drunvalo geeft ze elk
een toon: (1) do - (2) re - (3) mi - (4) fa - (5) sol - (6) la - (7)si - (8) do.
Het is hierbij van belang te weten wat de structuur is van zo'n toonladder. Alle tonen van deze ladder hebben een specifieke afstand ten opzichte van elkaar. En het bijzondere hiervan is, dat deze afstanden bepaald worden, door de projectie van een stertetraëder in ruimte en tijd.
Drunvalo geeft in zijn boek aan, met enkele tekeningetjes als voorbeeld, dat een "do -re - mi" ladder een ruimtelijke structuur heeft. Door deze ruimtelijkheid te begrijpen, wordt het duidelijk hoe er twee verschillende afstanden ontstaan in de do - re - mi toonladder. Door de projectie ontstaan er: A. een grote, oftewel een hele toonafstand en B. een kleine oftewel een halve toonafstand. Ik zal dit duidelijk maken aan de hand van het volgende schema van een majeur (of grote terts) toonladder: do - 1 - re - 1 - mi - ½ - fa - 1 - sol - 1 - la - 1 -si - ½ - do (Van dit do - re - mi systeem bestaan verschillende varianten waarbij bijv. de "sol" vervangen is door "so" en de "si" door "ti". Ook worden deze systemen door elkaar gebruikt.)
Dit wordt een grote tertstoonladder genoemd, omdat de eerste twee toonafstanden van deze ladder groot zijn.
Deze twee tonen samen vormen een grote terts. Een grote tertstoonladder wordt ook een majeurtoonladder genoemd.
(Majeur = groot)
Eerste tetraëdervlak bij majeur tekening links boven). Hier kijkt men van de buitenkant van de aarde-tetraëder naar het
eerste vlak van de tonen do - re - mi. Het is goed zich te realiseren dat de "fa" buiten het eerste vlak ligt, terwijl de tonen "do" "re"
en "mi" allen in hetzelfde vlak liggen. "Do" is de eerste toon van deze aarde-tetraëder.
Het is hierbij interessant te ontdekken dat de draairichting van de tonen steeds dezelfde blijft, door de twee
tetraëders heen.Ook is het heel belangrijk dat je voor jezelf weet hoe je een tetraëdervlak benadert, hoe je er tegen
aankijkt (net als overigens bij alle voor ons van belang zijnde zaken in het leven).(Immers wanneer we ons in de stertetraëder bevinden en we kijken naar beneden, dan ervaren we een linksdraaiende beweging. Dit is de draairichting van onze Merkaba. We ervaren van binnenuit en van beneden naar boven een linksdraaiende beweging.)
Bij mineur is er een klein verschil ten opzichte van majeur. Een mineurtoonladder begint met een kleine terts. En een kleine terts is opgebouwd uit één grote toonafstand en één kleine toonafstand. (Mineur = klein.) Deze mineurtoonladder is als volgt opgebouwd: la - 1 - si - ½ - do - 1 - re - 1 - mi - ½ - fa - 1 - sol - 1 - laMerk hierbij op dat de afstanden tussen tonen met dezelfde letteraanduiding steeds hetzelfde blijven; slechts het uitgangspunt verschuift. Ik maak hier het verschil tussen majeur en mineur, om te laten zien dat de beweging van het leven en muziek, steeds hetzelfde blijft!
Alleen ons uitgangspunt is anders bij mineur. Besef hierbij dat mineur en majeur een projectie vormen van buiten af, omdat wanneer we onszelf ervaren in onze stertetraëder, alle toonafstanden exact even lang, exact even groot zijn.
We kijken hier tegen de naar voren komende punt van de aarde-tetraëder. Op dit vooruitstekende punt bevindt zich de toon
"si" . Deze steekt hier het meest naar voren. Dit is in wezen dezelfde rand als bij de majeur benadering (de rand do - re). De
begintoon, is hier anders. Deze aarde teraëder begint met de toon "la". Bij majeur is dit de rand van do naar re (die we als
één hele of grote toonafstand ervaren).
De volgende (de tweede) rand (of ribbe) van de aarde tetraëder, is in deze aarde-tetraëder de afstand van "si" naar "do".
In majeur is dit de afstand tussen "re" en "mi". Met deze aanblik of benadering, wordt deze afstand in mineur ervaren als een korte
of een halve toonafstand. Vergelijk als je wilt, het verloop van toonafstanden voor mineur met het schema halverwege bladzijde 2.
De hele zonne-tetraëder is hier (tekening links) , wanneer je er van buiten af tegen aan kijkt, een klein slagje
naar links gedraaid (ten opzichte van de beginpositie voor de tekening van de aarde-tetraëder in mineur aanzicht). De toon "mi"
steekt hier naar voren. Vervolgens ga je schuin naar achteren, naar de "fa". De ribbe tussen "fa" en "sol", vormt hier de achterste ribbe
van het grondvlak. Bij de sol ga je omhoog naar de octaaftoon "la" (die eens zo hoog klinkt als de grondtoon "la" waar we mee begonnen
zijn in de aarde-tetraëder). De octaaftoon klinkt een octaaf hoger dan de grondtoon "la" Dit is een frequentieverdubbeling.

Tekening linksboven: bovenaanzicht en vooraanzicht stertetraëder voor de man
Tekening rechtsonder: bovenaanzicht en vooraanzicht stertetraëder voor de vrouw
Overeenkomst en verschillen bij de stertetraëder van de man en de stertetraëder van de vrouw:
- Man en vrouw beginnen en eindigen beiden bij de toon "do" die zich bij ieder onder de voeten bevindt.
- De tonen: "re" "mi" "fa" "sol" "la" "si" bevinden zich bij man en vrouw als waren ze gespiegeld.
- Bij de man bevindt de toon "sol" zich aan de voorzijde .
- Bij de vrouw bevindt de toon "fa" zich aan de voorzijde.

Titus Schütz september 2004
Mijn e-mailadres voor vragen en reacties is: guigelheil@hetnet.nl